28.2.11

De bomen waaien maar de lucht lag stil
Zand tussen mijn tanden
Waar stond de maan de avond dat de sterren kwijt waren?
Waar bleef ik terwijl de trein vertrok van station naar station?
Mijn ogen zagen de voorbij razende bomen,
maar mijn gedachten waren achter gebleven op het eerste perron
Eindeloos grijze strepen
Vandaag dansten de verkeersborden
en stonden de auto’s stil
Waren mijn vingers mijn ogen
en had mijn hartslag geen eigen wil
Vandaag was er geen wind
bewogen de bladeren door toeval
Was de lucht zo dat je niet wist
waar de scheiding lag tussen het gras en de mist.
Vandaag heb ik mijn gedachten op perron 1 laten staan
ik heb geen retour gekocht om ervoor terug te gaan.