Woelende woorden stromen uit de lengte van mijn tong
Kelen knijpen de koude lucht uit
Vingers prutsen en handen pulken
Een weg door de situatie
Waar hebben de zuchten hun rust gevonden
En waarom denken ogen te kunnen spreken
Als wangen elkaar voelen
Niets zeggen is ook niet erg
Voorbij daverende mensen met hun onbelangrijkheden
Oneindig lange trappen en treinen
Opeens blijkt de wereld toch te bestaan
En tijd van relevantie te zijn